Ralph Wardlaw (1779-1853)

Ralph Wardlaw (1779-1853) was een Schotse predikant en auteur. Zijn moeder was een dochter van James Fisher en een kleindochter van Ebenezer Erskine. In 1791, op bijna 12-jarige leeftijd, liet hij zich inschrijven aan de universiteit van Glasgow en in 1795 begon hij theologie te studeren. In 1803 trouwde hij met zijn nicht Jane Smith, bij wie hij elf kinderen kreeg.

Wardlaw werd predikant van een congregationalistische gemeente in Glasgow en bleef daar zijn hele leven. Hij was een van de grondleggers van de eerste congregationalistische theologische academie in Glasgow, waar hij professor in de systematische theologie werd. Ook was hij secretaris van de Glasgowse afdeling van het Britse en buitenlandse Bijbelgenootschap. Hij was actief voor het Londense Zendingsgenootschap en een vooraanstaand lid van de antislavernijbeweging. Zijn aandacht ging uit naar hulp aan armen en prostituees. Door zijn hymnes, (theologische) geschriften en pamfletten verwierf hij internationale erkenning. In 1818 werd hem een eredoctoraat toegekend door de Yale-universiteit in de Verenigde Staten.

De ontdekkingsreiziger en zendeling David Livingstone werd sterk door Wardlaw beïnvloed. Livingstone woonde zijn colleges in de godgeleerdheid bij en werd geïnspireerd door zijn campagnes ter bestrijding van de Afrikaanse slavenhandel.

Christ, of all my hopes the Ground

1. Christ, of all my hopes the Ground;

Christ, the Spring of all my joy;

Still in Thee may I be found,

Still for Thee my powers employ.

 

2. Let Thy love my heart inflame;

Keep Thy fear before my sight;

Be Thy praise my highest aim;

Be Thy smile my chief delight,

 

3. When affliction clouds my sky,

And the wintry tempests blow,

Let Thy mercy-beaming eye

Sweetly cheer the night of woe.

 

4. When new triumphs of Thy Name

Swell the raptured songs above,

May I feel a kindred flame,

Full of zeal, and full of love!

 

5. Life’s best joy, to see Thy praise

Fly on wings of Gospel light,

Leading on to glorious days,

Scattering all the shades of night!

 

6. Fountain of overflowing grace,

Freely from Thy fullness give;

Till I close my earthly race,

May I prove it “Christ to live!”

 

7. When, with wasting sickness worn,

Sinking to the grave I lie,

Or, by sudden anguish torn,

Startled nature dreads to die,

 

8. Jesus, my redeeming Lord,

Be Thou then in mercy near!

Let Thy smile of love afford

Full relief from all my fear.

 

9. Firmly trusting in Thy blood,

Nothing shall my heart confound;

Safely I shall pass the flood,

Safely reach Emmanuel’s ground.

 

10. When I touch the blessed shore,

Back the closing waves shall roll;

Death’s dark stream shall never more

Part from Thee my ravished soul.

 

11. Thus, O thus, an entrance give

To the land of cloudless sky;

Having known it “Christ to live,”

Let me know it “gain to die.”

1. Christus, de grond van al mijn hoop;

Christus, de bron van al mijn blijdschap;

Mag ik steeds in U gevonden worden,

Mag ik steeds voor U mijn vermogens gebruiken.

 

2. Laat Uw liefde mijn hart doen ontvlammen;

Houd Uw vreze voor mijn ogen;

Uw lof zij mijn hoogste doel;

Uw glimlach zij mijn grootste vermaak.

 

3. Wanneer verdrukking mijn lucht bewolkt,

En de winterse stormen waaien,

Laat Uw oog, dat van genade straalt,

De nacht van ellende zoet opvrolijken.

 

4. Wanneer nieuwe triomfen, behaald door Uw Naam,

De blijde gezangen hierboven doen aanzwellen,

Mag ik dan een daarmee verwante vlam voelen,

Vol van ijver en vol van liefde!

 

5. Het is de beste levensvreugde om Uw lof

Te zien vliegen op de vleugels van het Evangelielicht,

Die naar heerlijke dagen heenleiden

En alle schaduwen van de nacht verdrijven!

 

6. Fontein van overvloeiende genade,

Geef mild vanuit Uw volheid;

Mag ik, totdat ik mijn aardse loopbaan besluit,

Hiervan blijk geven: ‘Het leven is mij Christus!’

 

7. Wanneer ik, door een slopende ziekte uitgeteerd,

Neerlig en wegzink in de richting van het graf,

Of wanneer, verscheurd door plotselinge angst,

Mijn verschrikte natuur bevreesd is om te sterven,

 

8. Jezus, mijn verlossende Heere,

Wees Gij dan in genade nabij!

Laat Uw glimlach van liefde

Volle verlichting van al mijn vrees schenken.

 

9. Vast vertrouwend op Uw bloed,

Zal niets mijn hart verbijsteren;

Veilig zal ik de rivier doortrekken,

Veilig zal ik Immanuëls grond bereiken.

 

10. Wanneer ik de gezegende kust aanraak,

Zullen de zich sluitende golven terugrollen;

Nooit meer zal de donkere doodsrivier

Mijn in vervoering gebrachte ziel van U scheiden. [vgl. Jozua 4:18]

 

11. Geef, o geef zo een ingang

In het land met de wolkeloze lucht;

Als ik gekend heb: ‘Het leven is mij Christus’,

Laat mij ook kennen: ‘Het sterven is mij gewin.’

 

O Lord our God, arise

1. O Lord our God, arise!

The cause of truth maintain,

And wide o'er all the peopled world

Extend her blessed reign.

 

2. Thou Prince of life, arise!

Nor let Thy glory cease;

Far spread the conquests of Thy grace,

And bless the earth with peace.

 

3. Thou Holy Ghost, arise!

Expand Thy quickening wing,

And o’er a dark and ruined world

Let light and order spring.

 

4. All on the earth, arise!

To God the Saviour sing;

From shore to shore, from earth to heaven,

Let echoing anthems ring.

1. O Heere, onze God, sta op!

Handhaaf de zaak der waarheid,

En strek haar gezegende heerschappij

Ver over heel de bewoonde wereld uit.

 

2. Gij Vorst des levens, sta op!

Laat Uw heerlijkheid niet eindigen;

Laat de overwinningen van Uw genade zich ver uitbreiden,

En zegen de aarde met vrede.

 

3. Gij Heilige Geest, sta op!

Spreid Uw levendmakende vleugel uit,

En laat over een donkere, geruïneerde wereld

Licht en orde verschijnen.

 

4. Allen op aarde, sta op!

Zing voor God de Zaligmaker;

Laat van kust tot kust, van de aarde tot de hemel,

Weergalmende beurtzangen klinken.

© 2016 by Ruth Pieterman (RuthInterpres)