top of page
Anker 1

Maria, een vertrooste moeder

 

1. Rondom het houten kruis,

Waar Jezus is gehangen

En ’t bloed drupt van Zijn wangen,

Omringd door spotgedruis,

 

2. Zien w’ enk’le vrouwen staan.

Ook Johannes staat erbij,

Met Maria aan zijn zij;

In d’ ogen blinkt een traan.

 

3. Hier hangt haar lieve Kind,

Nu geworden tot een vloek.

Nee, ’t geschiedt niet in een hoek;

Haar Broeder, Die zij bemint.

 

4. Een zwaard gaat door haar hart.

Had Simeon ’t niet gezegd?

Ja, hier hangt nu ’s Vaders Knecht.

Maria is vol smart.

 

5. Dan, in dit droeve uur

Richt Jezus Zijn oog op haar,

Raakt in ’t hart een tere snaar;

Zoetheid is nu in ’t zuur.

 

6. Zijn oog, dat houdt haar vast;

Dan mag zij daarin lezen

Vrije gunst, aan haar bewezen;

Hier wordt haar ziel verrast.

 

7. Hier water voor de dorst,

Voor naakten ’t kleed geweven,

Brood aan hong’rigen gegeven.

’t Al uit de Levensvorst.

 

8. ’t Oog houdt haar stil gemoed

Op Hem; Hij geeft onderwijs

Voor haar verdere levensreis.

Geen moeder meer, ’t is goed.

 

9. ‘Johannes zal zorgen.

U ligt in veil’ge Handen.

Ik verlos u uit de banden.

’t Gaat toch naar de Morgen.’

bottom of page