Elizabeth Codner (1824-1919) 

Wanneer wij vernemen dat de Heere in iemand anders, of op een andere plaats/in een andere gemeente, of in een ander land, aan het werk is, worden wij daardoor dan opgewekt om de Heere te smeken om ook (voor het eerst of bij vernieuwing) in en bij ons te werken? Of horen we het aan, denken we er misschien nog wel even over na, maar leven we daarna ‘gewoon’ weer door?

Toen de bezetene van Gadara door de Heere Jezus genezen was, stuurden de mensen Hem weg in het schip, want ze waren hun zwijnen kwijt en vol van vrees. Later stroomden de mensen toe toen Hij daar ergens in de buurt weer aan land kwam. Hadden ze misschien die genezen man wel horen vertellen wat de Heere Jezus voor hem gedaan had? In elk geval beseften ze dat zij Hem ook nodig hadden! (Markus 5:18-20 en 6:53-55)

 

Zoiets is de achtergrond van het onderstaande lied van Elizabeth Codner (1824-1919) uit Engeland. Een groep met jongeren die haar na aan het hart lagen, ging naar een bijeenkomst waar verteld werd over een heerlijk werk van God in Ierland. Ze kwamen erg onder de indruk terug, maar Elizabeth vreesde dat het bij henzelf persoonlijk niets zou uitwerken, en daar sprak ze met hen over. Hoe nodig was het dat ze zelf ook in die zegen zouden mogen delen! De zondag daarop kon Elizabeth door lichamelijke omstandigheden niet naar de kerk en had ze een tijd van gemeenschap met God. Ze was ook met die jonge mensen werkzaam en toen kreeg ze de woorden om dit lied te schrijven, dat de jongeren vervolgens aan elkaar doorgaven en door God gebruikt werd. Het is een bede tot de drie-enige God.

Lord, I hear of showers of blessing

1. Lord, I hear of showers of blessing,

Thou art scattering full and free;

Showers the thirsty land refreshing;

Let some drops now fall on me;

Even me, even me,

Let some drops now fall on me.

 

2. Pass me not, O God, my Father,

Sinful though my heart may be;

Thou mightst leave me, but the rather;

Let Thy mercy light on me;

Even me, even me,

Let Thy mercy light on me.

 

3. Pass me not, O gracious Saviour,

Let me live and cling to Thee;

I am longing for Thy favor;

Whilst Thou’rt calling, O call me;

Even me, even me,

Whilst Thou’rt calling, O call me.

 

4. Pass me not, O mighty Spirit!

Thou canst make the blind to see;

Witnesser of Jesus’ merit,

Speak the Word of power to me;

Even me, even me,

Speak the Word of power to me.

 

5. Have I been in sin long sleeping,

Long been slighting, grieving Thee?

Has the world my heart been keeping?

O forgive and rescue me;

Even me, even me,

O forgive and rescue me.

 

6. Love of God, so pure and changeless,

Blood of Christ, so rich and free;

Grace of God, so strong and boundless

Magnify them all in me;

Even me, even me,

Magnify them all in me.

 

7. Pass me not; but pardon bringing,

Bind my heart, O Lord, to Thee;

Whilst the streams of life are springing,

Blessing others, O bless me;

Even me, even me,

Blessing others, O bless me.

Heer’, ik hoor van rijken zegen

1. Heer’, ik hoor van rijken zegen,

Dien Gij uitstort keer op keer;

Laat ook van dien milden regen,

Dropp’len vallen op mij neer!

Ook op mij, ook op mij,

Dropp’len vallen ook op mij!

 

2. Ga mij niet voorbij, o Vader,

Zie hoe mij mijn zonde smart;

Trek mij met Uw koorden nader,

Stort Uw liefd’ ook in mijn hart.

Ook in mij, ook in mij,

Stort Uw liefd’ ook uit in mij.

 

3. Wil m’, o Heiland, niet voorbijgaan,

Doe mij leven U nabij;

Zie mij zuchtend aan Uw zij staan;

Roept Gij and’ren, roep ook mij.

Ja, ook mij, ja, ook mij,

Roept Gij and’ren, roep ook mij.

 

4. Heil’ge Geest, wil niet voorbijgaan;

Gij geeft blinden d’ ogen weer!

Wil, o, wil nu bij mij stilstaan,

Werk in mij met kracht, o Heer’!

Ook in mij, ook in mij,

Werk ook door Uw kracht in mij!

 

5. Lang in zonde was ’k verzonken,

Lang miskend’ en griefd’ ik U!

’k Was in ’s werelds boei geklonken;

O, vergeef en red mij nu.

Ja, ook mij, ja, ook mij,

O, vergeef en red ook mij!

 

6. Liefde Gods, zo rein, zo krachtig,

Bloed van Jezus, rijk en vrij,

Gods genade, sterk en machtig,

O, verheerlijk ze in mij.

Ook in mij, ook in mij,

O, verheerlijk ze in mij!

 

7. Ga mij niet voorbij, o Herder!

Bind m’ aan U, dan ben ik vrij;

Vloeit de stroom van zegen verder,

Zegen and’ren, maar ook mij.

Ja, ook mij, ja, ook mij,

Zegen and’ren, maar ook mij.

© 2016 by Ruth Pieterman (RuthInterpres)