U hebt ons weer gedragen

Een Oudejaarslied op de melodie van ‘Beveel gerust uw wegen’.

Het is gedicht n.a.v. Ezechiël 33:11: ‘Zeg tot hen: Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE,

zo Ik lust heb in den dood des goddelozen!

Maar daarin heb Ik lust, dat de goddeloze zich bekere van zijn weg en leve.

Bekeert u, bekeert u van uw boze wegen, want waarom zoudt gij sterven, o huis Israëls?’

Bron: Want Hij is onze Vrede, W. Droogers, uitgeverij Den Hertog

U hebt ons weer gedragen,

heel dit vervlogen jaar!

U toonde ’t alle dagen

en maakt’ Uw Woord weer waar:

‘Nee, ’k heb geen lust te doden

de zondaar die misdoet,

maar laat nog zondaars noden

tot ’t groot en eeuwig goed!

 

Mijn lust is dáár gelegen,

dat hij zich toch bekeer’

van al zijn boze wegen

en tot Mij wederkeer’!

Waarom dan zoudt gij sterven,

O Isrels huis? O, zeg,

is ’t nodig te verderven?

Er is zo’n zaal’ge weg!

 

3. Had Ik die niet gegeven,

Geschonken in Mijn Zoon,

Geen zondaar zou ooit leven:

De dood was ’t zondeloon!

Maar nu is er genade

voor wie zich schuldig kent.

Hem sla Ik gunstig gade

die in berouw zich wendt.’

 

Ja, onze schuld vermeêren,

wij deden ’t ied’re dag.

Toch bleven wederkeren

Uw gaven, dag aan dag.

Leer met verwond’ring danken,

belijden onze schuld.

Laat met genadeklanken

ons hart dan zijn vervuld!