Nicolaas Beets (1814-1903)

Nicolaas Beets (1814-1903), Nederlands auteur, dichter, predikant en hoogleraar.

7. O Vredevorst, Gij kunt gebieden

de vreed’ op aard’ en in mijn ziel!

Doe elke zondaar tot U vlieden,

dat al wat ademt voor U kniel’!

Dit zal de God des heils bewerken,

Hij zal de zetel, U bereid,

met recht en met gerechte sterken;

Hem zij de lof in eeuwigheid!

Daar is uit s werelds duist’re wolken

1. Daar is uit ’s werelds duist’re wolken

een licht der lichten opgegaan.

Komt tot zijn schijnsel, alle volken,

en gij, mijn ziele, bid het aan!

Het komt de schaduwen beschijnen,

de zwarte schaduw van de dood:

de nacht der zonde zal verdwijnen,

genade spreidt haar morgenrood.

 

2. Al hebt G’, o God, vermenigvuldigd

de gaven van Uw overvloed,

wat baat het, waar zich ’t hart beschuldigt

en sidd’rend voor U krimpen moet?

Geen dubb’le oogst van most of koren

verdrijft de smarten van een ziel

voor wie de hemel is verloren,

omdat z’, o Heer, van U verviel.

 

3. Maar nu, nu zullen w’ ons verblijden,

verblijden voor Uw aangezicht!

De volheid der beloofde tijden

is voor de volken aangelicht!

Komt, dat w’ aanbiddend nederknielen

en juichend roepen: God is groot!

Daar komt een oogsttijd voor de zielen,

de Heer’ zal spijzen met Zijn brood.

4. Gij wilt met vrede tot ons komen,

met vreed’ en vrijheid, vreugd’ en eer.

Het juk is van de hals genomen,

God lof, wij zijn geen slaven meer!

De staf des drijvers ligt verbroken,

aan wien ons hart zich had verkocht,

en ’t wapentuig in brand gestoken

van hem die onze ziele zocht.

 

5. Wat heil, een Kind is ons geboren,

een Zoon gegeven door Uw kracht!

De heerschappij zal Hem behoren,

Zijn last is licht, Zijn juk is zacht.

Zijn naam is ‘wonderbaar’, Zijn daden

zijn wond’ren van genaad’ alleen.

Hij doet ons, hoe met schuld beladen,

verzoend voor ’t oog des Vaders treên.

 

6. In Hem verschijnt, uit Hem zal spreken

de wijsheid Gods, der zielen raad.

De troost zal van Zijn lippen leken [= druppen]

voor Adams neergebogen zaad.

Roept uit tot Hem, gij wie de zonde

geworpen heeft op ’t smart’lijkst bed!

Gebroken hart, toon Hem uw wonde,

Hij is de sterke God, Die redt.

© 2016 by Ruth Pieterman (RuthInterpres)