Dr. Nicolaus Selnecker (1532-1592)

Dr. Nicolaus Selnecker werd op 12-jarige leeftijd organist in Nürnberg. Hij was zo begaafd dat de keizer van Oostenrijk hem na een concert wilde ontvoeren. Hij studeerde in Wittenberg onder Melanchthon, werd hofkapelaan in Dresden voor keurvorst August van Saksen, professor theologie in Jena en Leipzig, en superintendent (belast met het toezicht op de predikanten/kerken in een bepaalde regio).

Selnecker was een van de opstellers van de Formula Concordiae (1577), een Formulier van Eenheid voor de lutherse kerken na 30 jaar hevige strijd (tussen de lutheranen die aan Luther wilden vasthouden, en de lutheranen die Melanchton wilden volgen in zijn theologische ontwikkeling).

Selnecker was een vruchtbaar schrijver (ca. 175 boeken) en dichter (ca. 150 liederen). Zijn dogmatiek Institutio religionis Christianae werd in 1573 gepubliceerd. In 1587 gaf hij een verzameling liederen uit.

 

Het eerste vers van ‘Ach, bleib bei uns, Herr Jesu Christ’ is gebaseerd op het Latijnse gedichtje Vespera iam venit van Melanchthon. Vers vier vertoont overeenkomsten met Luthers lied ‘Erhalt uns, Herr, bei deinem Wort’.

Enkele verzen heeft J.S. Bach verwerkt in zijn cantate ‘Bleib bei uns, denn es will Abend werden’.

Ach, bleib bei uns, Herr Jesu Christ

1. Ach, bleib bei uns, Herr Jesu Christ,

Weil es nun Abend worden ist;

Dein göttlich Wort, das helle Licht,

Laß ja bei uns auslöschen nicht.

 

2. In dieser letzt’n betrübten Zeit

Verleih uns, Herr, Beständigkeit,

Daß wir dein Wort und Sacrament

Rein b’halten bis an unser End.

 

3. Herr Jesu, hilf, dein Kirch erhalt;

Wir sind gar sicher, faul/träg und kalt;

Gib Glück und Heil zu deinem Wort,

Damit es schall an allem Ort.

 

4. Erhalt uns nur bei deinem Wort,

Und wehr des Teufels Trug und Mord;

Gib deiner Kirche Gnad und Huld,

Fried, Einigkeit, Mut und Geduld.

 

5. Ach Gott, es geht gar übel zu;

Auf dieser Erd ist keine Ruh;

Viel Sekten und viel Schwärmerei

Auf einem Haufen kommt herbei.

 

6. Den stolzen Geistern wehre doch,

Die sich mit G’walt erheben hoch,

Und bringen stets was neues her,

Zu fälschen deine rechte Lehr.

 

7. Die Sach und Ehr, Herr Jesu Christ,

Nicht unser, sondern dein ja ist;

Darum so stehe denen bei,

Die sich auf dich verlassen frei.

 

8. Dein Wort ist unsers Herzens Trutz,

Und deiner Kirche wahrer Schutz;

Dabei erhalt uns, lieber Herr,

Daß wir nichts anders suchen mehr.

 

9. Gib, daß wir leb’n in deinem Wort,

Und darauf ferner fahren fort

Von hinnen aus dem Jammerthal

Zu dir in deinen Himmelssaal.

1. Ach, blijf bij ons, Heere Jezus Christus,

Nu het avond geworden is;

Laat uw Goddelijk Woord, dat heldere licht,

Bij ons toch niet uitdoven.

 

2. In deze laatste droevige tijd

Schenk ons, Heere, standvastigheid,

Opdat wij Uw Woord en sacrament

Zuiver bewaren tot aan ons einde.

 

3. Heere Jezus, help, bewaar Uw kerk;

Wij zijn erg zorgeloos, traag en koud;

Geef geluk en heil aan Uw Woord,

Opdat het klinke in elk oord.

 

4. Bewaar ons bij Uw Woord alleen,

En weer des duivels bedrog en moord;

Geef uw kerk genade en gunst,

Vrede, eenheid, moed en geduld.

 

5. Ach, o God, het gaat heel slecht;

Op deze aarde is geen rust;

Veel sekten en veel geestdrijverij

Komen op één hoop voorbij.

 

6. Weer toch de trotse geesten,

Die zich met geweld hoog verheffen,

En steeds met wat nieuws aankomen,

Om Uw rechte leer te vervalsen.

 

7. De zaak en eer, Heere Jezus Christus,

Is niet de onze, maar de Uwe;

Daarom, sta toch diegenen bij,

Die zich geheel op U verlaten.

 

8. Uw Woord is de bescherming voor ons hart,

En de ware steun voor Uw kerk;

Bewaar ons daarbij, lieve Heere,

Opdat wij niets anders zoeken.

 

9. Geef dat wij leven in Uw Woord,

En daarop verder blijven gaan,

Weg van hier uit het jammerdal,

Tot U in Uw hemelzaal.

© 2016 by Ruth Pieterman (RuthInterpres)