Richard Baxter (1615-1691)

Van de puriteinse predikant Richard Baxter verscheen in 1689 een bundel gedichten

die hij tot troost van mensen in verdrukking en beproeving wilde uitgeven.

Een heel aantal ervan had hij zelf geschreven in een tijd van lijden.

Onder dit gedicht/lied heeft Baxter gezet:

‘Dit verbond heeft mijn lieve vrouw in haar vroegere ziekte blijmoedig ondertekend (Job 19:26).’

My whole, though broken heart, O Lord

The Covenant and Confidence of Faith

 

1. My whole, though broken heart, O Lord!

From henceforth shall be Thine!

And here I do my vow record:

This hand, these words, are mine.

All that I have, without reserve,

I offer here to Thee:

Thy will and honour all shall serve

That Thou bestow’dst on me.

 

2. All that exceptions save I lose;

All that I lose I save:

The treasure of Thy love I choose,

And Thou art All I crave.

My God, Thou hast my heart and hand:

I all to Thee resign.

I’ll ever to this covenant stand,

Though flesh hereat repine.

 

3. I know that Thou wast willing first,

And then mad’st me consent:

Having thus lov’d me at the worst,

Thou wilt not now repent.

Now I have quit all self-pretence,

Take charge of what’s Thine own;

My life, my health, and my defence,

Now lie on Thee alone.

 

4. Now it belongs not to my care,

Whether I die or live:

To love and serve Thee is my share,

And this Thy grace must give.

If life be long, I will be glad

That I may long obey;

If short, yet why should I be sad,

That shall have the same pay.

 

5. If death shall bruise this springing seed

Before it comes to fruit,

The will with Thee goes for the deed;

Thy life was in the root.

Long life is a long grief and toil,

And multiplieth faults;

In long wars he may have the foil

That ’scapes in short assaults.

 

6. Would I long bear my heavy load,

And keep my sorrows long?

Would I long sin against my God,

And his dear mercy wrong?

How much is sinful flesh my foe,

That doth my soul pervert

To linger here in sin and woe,

And steals from God my heart!

 

7. Christ leads me through no darker rooms

Than He went through before:

He that into God’s Kingdom comes,

Must enter by this door.

Come, Lord, when grace hath made me meet

Thy blessed face to see:

For if Thy work on earth be sweet,

What will Thy glory be?

 

8. Then I shall end my sad complaints,

And weary sinful days,

And join with the triumphant saints

That sing Jehovah’s praise.

My knowledge of that life is small;

The eye of faith is dim:

But it’s enough that Christ knows all;

And I shall be with Him.

Het verbond en vertrouwen van het geloof

 

1. Mijn gehele, hoewel gebroken hart, o Heere,

Zal van nu af het Uwe zijn!

En hier schrijf ik mijn gelofte op;

Deze hand, deze woorden, zijn van mij.

Alles wat ik heb, en dat zonder voorbehoud,

Bied ik U hier aan;

Uw wil en eer zal alles ten dienste staan

Wat U aan mij geschonken hebt.

 

2. Alles wat uitzonderingen behouden, verlies ik;

Alles wat ik verlies, behoud ik;

De schat van Uw liefde verkies ik,

En Gij zijt Alles wat ik begeer.

Mijn God, Gij hebt mijn hart en hand;

Ik geef alles aan U over.

Ik zal altijd aan dit verbond trouw blijven,

Al mort mijn vlees hierover.

 

3. Ik weet dat Gij het eerst gewillig waart,

En toen maakte dat ik erin toestemde;

Daar Gij mij zo op mijn slechtst hebt liefgehad,

Zult Gij nu geen berouw hebben.

Nu ik alle aanspraak op mijzelf heb opgegeven,

Regeer Gij over wat Uw eigendom is;

Mijn leven, mijn gezondheid en mijn bescherming

Berusten nu bij U alleen.

 

4. Nu behoort het niet tot mijn zorg

Of ik zal sterven of leven;

U lief te hebben en te dienen is mijn deel,

En dit moet Uw genade geven.

Als mijn leven lang is, zal ik blij zijn

Dat ik U lang mag gehoorzamen;

Als het kort is, waarom toch zou ik bedroefd zijn,

Daar ik hetzelfde loon zal ontvangen?

 

5. Als de dood dit ontkiemende zaad vermorzelt,

Voordat het vrucht gaat dragen,

Dan geldt bij U de wil voor de daad;

Uw leven was in de wortel aanwezig.

Een lang leven is een lang verdriet en gezwoeg,

En vermenigvuldigt de overtredingen;

In lange oorlogen kan iemand de nederlaag lijden,

Terwijl hij in korte aanvallen ontkomt.

 

6. Zou ik mijn zware last lang dragen,

En mijn smarten lang houden?

Zou ik lang zondigen tegen mijn God,

En Zijn dierbare barmhartigheid verongelijken?

Hoe zeer is het zondige vlees mijn vijand,

Die mijn ziel in de verleiding brengt

Om hier te blijven hangen in zonde en ellende,

En mijn hart aan God ontsteelt!

 

7. Christus leidt mij niet door donkerder ruimten

Dan die Hij eerst is doorgegaan;

Wie in Gods Koninkrijk komt,

Moet door deze deur binnengaan.

Kom, Heere, wanneer genade mij bereid heeft

Om Uw gezegend aangezicht te zien;

Want als Uw werk op aarde zoet is,

Wat zal Uw heerlijkheid zijn?

 

8. Dan zal ik mijn droevige klachten

En vermoeiende, zondige dagen beëindigen,

En mij voegen bij de triomferende heiligen

Die Jehovah’s lof bezingen.

Mijn kennis van dat leven is gering;

Het oog van het geloof is wazig;

Maar het is genoeg dat Christus alles weet;

En ik zal met Hem zijn.

© 2016 by Ruth Pieterman (RuthInterpres)