Philip Doddridge (1702-1751)

 

Philip Doddridge was een goede vriend van

Isaac Watts, net als hem een puriteins, non-conformistisch predikant en dichter in Engeland.

Een van Doddridges boeken is het middel geweest tot bekering van

William Wilberforce (parlementariër en leider van de antislavernijbeweging).

O God of Bethel! by Whose hand

Genesis 28:10-22

 

1. O God of Bethel! by Whose hand

Thy people still are fed;

Who through this weary pilgrimage

Hast all our fathers led:

 

2. Our vows, our prayers, we now present

Before Thy throne of grace:

God of our fathers, be the God

Of their succeeding race.

 

3. Through each perplexing path of life

Our wandering footsteps guide;

Give us each day our daily bread,

And raiment fit provide.

 

4. O spread Thy covering wings around,

Till all our wanderings cease,

And at our Father’s love abode

Our souls arrive in peace.

 

5. Such blessings from Thy gracious hand

Our humble prayers implore;

And Thou shalt be our chosen God,

And portion evermore.


 

 

 

 

 

1. O happy day that fix’d my choice

On Thee, my Saviour and my God!

Well may this glowing heart rejoice,

And tell its raptures all abroad.

              

2. O happy bond, that seals my vows

To Him who merits all my love!

Let cheerful anthems fill His house,

While to that sacred shrine I move.

 

3. ’Tis done; the great transaction’s done:

I am my Lord’s, and He is mine;

He drew me, and I follow’d on,

Charm’d to confess the voice divine.

 

4. Now rest, my long-divided heart,

Fix’d on this blissful center rest;

With ashes who would grudge to part,

When call’d on angel’s bread to feast?

 

5. High heav’n, that heard the solemn vow,

That vow renew’d shall daily hear;

Till in life’s latest hour I bow,

And bless in death a bond so dear.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

The active Christian

 

1. Ye servants of the Lord,

Each in his office wait;

Observant of His heavenly Word,

And watchful at His gate.

 

2. Let all your lamps be bright,

And trim the golden flame;

Gird up your loins, as in His sight,

For awful is His Name.

 

3. Watch – ’tis your Lord’s command,

And while we speak, He’s near;

Mark the first signal of His hand,

And ready all appear.

 

4. O happy servant he

In such a posture found!

He shall his Lord with rapture see,

And be with honour crowned.

 

5. Christ shall the banquet spread

With His own royal hand;

And raise that favourite servant’s head

Amidst the angelic band.

1. O God van Bethel, door Wiens hand

Uw volk nog altijd gevoed wordt;

Die door deze vermoeiende pelgrimstocht

Al onze vaderen heengeleid hebt;

 

2. Onze geloften, onze gebeden bieden wij nu

Voor Uw genadetroon aan;

God van onze vaderen, wees de God

Van hun navolgende geslacht.

 

3. Leid door elk verwarrend levenspad

Onze dwalende voetstappen;

Geef ons elke dag ons dagelijks brood,

En voorzie ons van geschikte kleding.

 

4. O, spreid Uw bedekkende vleugels rondom,

Tot al onze omzwervingen ophouden,

En in de geliefde woning van onze Vader

Onze zielen aankomen in vrede.

 

5. Zulke zegeningen van Uw genadige hand

Smeken wij in onze ootmoedige gebeden af;

En Gij zult onze uitverkoren God zijn,

En ons Deel tot in eeuwigheid.

 

 

 

 

 

1. O dag van heil! o, dag van vreugd!

Toen mij de Heiland zocht en vond;

Wel mag mijn hart verblijd, verheugd,

Hem prijzen voor dien zaal’gen stond.

 

2. O liefdeband, die nu mijn hart

Aan ’t Zijne bindt, o zalig lot!

’k Zing nu verheugd, verlost van smart:

Uw dienst, Heer’, is mij waar genot.

 

3. Mijn keus is nu beslist voor Hem:

‘Ik ben nu Zijn, en Hij is mijn!’

Hij trok mij, en ik volg Zijn stem,

’k Ben blijd’ en juich, want ik ben Zijn.

 

4. Mijn ziel rust nu in mijnen Heer’,

In Hem, mijn Heiland en mijn God;

Mijn hart wijkt nu van Hem niet meer,

Ik vind in Hem mijn heilgenot.

 

5. O Heer’, schenk mij genaad’ en kracht,

Opdat ik heel mijn leven lang

Steeds juich in ’t heil door U volbracht,

En U verheerlijk door mijn zang.

 

 

 

 

De bezige christen

 

Gij dienstknechten des Heeren,

Neem ieder uw taak waar;

Wees oplettend op Zijn hemelse Woord

En waakzaam aan Zijn poort.

 

Laat al uw lampen brandende zijn,

En snuit de gouden vlam;

Gord uw lendenen op, als voor Zijn ogen,

Want ontzaglijk is Zijn Naam.

 

Waak – dit is het gebod van uw Heere,

En terwijl wij spreken, is Hij dichtbij;

Let op het eerste teken van Zijn hand,

En laat zien dat u allen bereid bent.

 

O, een zalige dienstknecht is hij

Die in zulk een houding gevonden wordt!

Hij zal zijn Heere met verrukking zien

En met eer gekroond worden.

 

Christus zal het feestmaal aanrichten

Met Zijn eigen koninklijke hand;

En het hoofd van die geliefde dienstknecht

Opheffen te midden van de engelenschaar.

 

O happy day that fixed my choice       O dag van heil! o, dag van vreugd!

Dit lied van Doddridge is heel bekend geworden. Hij zette erboven: ‘Verblijd in onze verbondsverbintenissen met God, 2 Kronieken 15:15’. Het refrein dat er vaak bij staat (Happy day, happy day, when Jesus washed my sins away!), is niet van Doddridge, maar later toegevoegd. Koningin Victoria liet dit lied zingen toen een van de prinsessen geloofsbelijdenis deed.

De onderstaande Nederlandse vertaling is van de bekeerde Jood Meier Salomon Bromet (1839-1905), een bekeerde Jood; werd geboren in Suriname, studeerde in Engeland, werd predikant te Woodbridge, verhuisde naar Amsterdam, was evangelist onder de Joden. Van hem staan veel vertalingen in de Joh. de Heerbundel).

Een andere vertaling is: ‘O blijde  dag, o zaal’ge stond’ (JdH nr. 173).

Wellicht zingt met kerst 2014 het 10-jarige meisje Myriam, afkomstig uit Qaraqosh (ofwel Bakhdida, dicht bij Mosul, het oude Ninevé) en op de vlucht geslagen voor IS,  in een vluchtelingenkamp in Erbil, Koerdistan, een Arabisch lied dat hierop gebaseerd is: https://youtu.be/1wMONz2nZgg.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ye servants of the Lord

Toepassing van de preek

Heel wat bekende Engelse hymnes vinden ongeveer drie eeuwen geleden hun oorsprong in de gewoonte van predikanten om hun preek beknopt weer te geven in een zelfgeschreven hymne. Naar verluid is Philip Doddridge hiermee begonnen. Doddridge wilde zijn gemeente de lessen uit zijn preek goed inscherpen. Daarom vatte hij ze samen in een hymne, die hij aan het eind van de preek liet zingen.

Hymneboeken waren in die dagen onbekend en vele van zijn toehoorders hadden ze zelfs niet kunnen lezen. Daarom las hij zijn lied voor vanaf de kansel, en na elke regel werd die regel meteen gezongen. Maar een van zijn gemeentegeleden, die zowel kon lezen als schrijven, was gewend de hymnes ondertussen te noteren. Zo bleven ze bewaard tot profijt van talloze mensen in later jaren. Rond de vijfhonderd liederen vloeiden uit de pen van Doddridge.

Laten we in gedachten op een zondagmorgen onze plaats innemen te midden van Doddridges gemeente in zijn Chapel te Northampton in Engeland. Hij leest uit Lukas 12:35-38. Vervolgens spreekt hij zijn toehoorders indringend aan over het plechtige en treffende onderwijs uit dit wonderbare Schriftgedeelte. Zij horen als dienstknechten van de Heere Jezus Zijn tweede komst te verwachten en met lichtgevende lampen en omgorde lendenen te waken. Christus’ komst is dichtbij. Laat iedereen bereid zijn voor die ure. Hoe groot zal het loon op hun waakzaamheid zijn: niet alleen het verrukkende gezicht van de Heere en de kroon der heerlijkheid, maar ook het zitten aan de eigen feesttafel van de Koning, bereid door Zijn eigen hand! En dan, regel voor regel, worden de nu welbekende woorden voor het eerst gezongen:

 

© 2016 by Ruth Pieterman (RuthInterpres)