William W. Walford (1772-1850)

Dit lied verscheen in de New York Observer van 13 september 1845. Degene die het lied inzond, zegt: ‘Tijdens mijn verblijf in Coleshill, Warwickshire, Engeland, maakte ik kennis met W.W. Walford, de blinde prediker. Hij is een man van nederige afkomst, zonder belangrijke connecties en onontwikkeld, maar hij heeft een scherp verstand en een heel sterk geheugen. Op de preekstoel koos hij altijd een Schriftlezing die goed bij zijn onderwerp paste, terwijl hij feilloos hoofdstuk en vers noemde. Haast nooit zei hij een woord verkeerd als hij de Bijbel citeerde: de Psalmen, elk gedeelte van het Nieuwe Testament, de profetieën en sommige Bijbelse geschiedenissen. Daarom stond hij bekend als iemand die de hele Bijbel uit zijn hoofd kende. ... Ik heb de regels snel opgeschreven terwijl hij ze uitsprak en zend ze in om geplaatst te worden in de Observer, als u ze het bewaren waard acht.’

Men denkt dat ds. Thomas Salmon degene was die dit lied inzond. Salmon werd in 1838 predikant in de Congregational Church te Coleshill en bleef daar tot 1842, waarna hij naar de Verenigde Staten verhuisde.

Sweet hour of prayer!                    Schoon, lief’lijk uur van stil gebed

‘Dewijl wij dan een groten Hogepriester hebben, Die door de hemelen doorgegaan is,

namelijk Jezus, den Zone Gods, zo laat ons deze belijdenis vasthouden.

Want wij hebben geen Hogepriester Die niet kan medelijden hebben met onze zwakheden,

maar Die in alle dingen gelijk als wij is verzocht geweest, doch zonder zonde.

Laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot den troon der genade,

opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen,

en genade vinden om geholpen te worden te bekwamer tijd’ (Hebreeën 4:14-16).

1. Sweet hour of prayer! sweet hour of prayer!

That calls me from a world of care,

And bids me at my Father’s throne

Make all my wants and wishes known.

In seasons of distress and grief,

My soul has often found relief

And oft escaped the tempter’s snare

By thy return, sweet hour of prayer.

 

2. Sweet hour of prayer! sweet hour of prayer!

The joys I feel, the bliss I share,

Of those whose anxious spirits burn

With strong desires for thy return!

With such I hasten to the place

Where God my Savior shows His face,

And gladly take my station there,

And wait for thee, sweet hour of prayer!

 

3. Sweet hour of prayer! sweet hour of prayer!

Thy wings shall my petition bear

To Him whose truth and faithfulness

Engage the waiting soul to bless.

And since He bids me seek His face,

Believe His Word, and trust His grace,

I’ll cast on Him my every care,

And wait for thee, sweet hour of prayer.

 

4. Sweet hour of prayer! sweet hour of prayer!

May I thy consolations share,

Till, from Mount Pisgah’s lofty height

I view my heaven, and at the sight,

Put off this robe of flesh, and rise

To seize the everlasting prize;

Shouting, as I pass through the air,

‘Farewell! farewell! sweet hour of prayer!’

1. Schoon, lief’lijk uur van stil gebed,

Dat uit der wereld zorg mij trekt,

Tot ’s Vaders troon wijst gij de weg,

Waar ik Hem al mijn noden zeg!

Vaak werd ik uit satans strik gered

Door ’t heerlijk uur van stil gebed.

Als droefheid kwam en wanhoopsnacht,

Vond steeds mijn ziel weer nieuwe kracht.

 

3. Schoon, lief’lijk uur van stil gebed,

Als Gods trouw op mijn smeking let,

Mijn ziel vaart op uw vleug’len heen

Naar Hem Die antwoordt mijn gebeên!

Daar Hij zegt: ‘Zoek Mijn aangezicht!’

Steun ’k op Zijn Woord, genaad’ en licht,

Verbeid ’k u, lieflijk uur vol vreê,

En deel Hem al mijn zorgen mee.

 

4. Schoon, lief’lijk uur van stil gebed,

Dat gij mij altijd troost verstrekk’,

Tot ’k eens van Pisga’s top het oog

Richt op mijn Thuis en stijg omhoog,

Tot ’k dit omhulsel afleg, dra

En ’t eeuwig loon mij wacht hierna;

’k Juich dan, wijl ’k zalig opwaarts snel:

Gezegend uur, vaarwel, vaarwel!

Volzaal’ge ure van gebed

1. Volzaal’ge ure van gebed,

Waarin ik uit der zorgen net

Mag naad’ren tot des Vaders troon,

Waar Hij mij wacht tot hulpbetoon.

Daar is voor mij steeds troost gereed

In al mijn noden, angst en leed.

Heb dank, o Heer’, dat Gij tot staf

De ure des gebeds mij gaf.

 

2. O troostvoll’ ure, bedestond,

Waarin mijn ziel uit diepste grond

Met danktoon en met smeekgebeên,

Met jubel en met rouwgeween,

Tot God, den Vader, naad’ren mocht,

Tot God, Die ’t eerst mij heeft gezocht,

En meer en meer aan Zich mij bond

Door die volzaal’ge bedestond.

 

3. O uur van zoetheid, biddenstijd,

Gij sabbat onder werk en strijd,

Blijf, wat mijn ziele hoopt of vreest,

Steeds vrede schenken aan mijn geest;

Tot ik, op Jezus’ woord gereed,

Met Zijn onsterf’lijkheid bekleed,

Gans rein in Hem van vlek en smet,

Ontwaak tot eeuwig dankgebed.

© 2016 by Ruth Pieterman (RuthInterpres)