Wandel maar stillekens achter Hem aan

 

1. Wandel maar stillekens achter Hem aan.

Achter de Heiland; Hij wijst u de wegen;

zijn die niet altoos zo lieflijk gelegen,

als gij zoudt wensen, wil ze toch gaan.

Hij gaat vooraan! Hij gaat vooraan!

 

2. Wandel maar stillekens achter Hem aan.

Hij kent uw krachten, Hij richt uw schreden;

wel moeilijk vaak voor wie ze betreden,

toch nooit te moeilijk is er de baan.

Hij gaat vooraan! Hij gaat vooraan!

 

3. Wandel maar stillekens achter Hem aan:

is het ook duist’re nacht om u henen,

Hij is van hemelse glorie omschenen;

veilig is steeds, voor wie Hem volgt, de baan:

Hij gaat vooraan! Hij gaat vooraan!

 

4. Wandel maar stillekens achter Hem aan,

volg Hem gewillig, volg onverdroten:

weldra ziet gij u de hemel ontsloten,

die gij al jubelend binnen zult gaan.

Achter Hem aan! Achter Hem aan!

© 2016 by Ruth Pieterman (RuthInterpres)