Edith Gilling Cherry (1872-1897)

Edith Gilling Cherry ( 1872-1897), geboren in Plymouth (Engeland), schreef veel mooie hymnes, die twee bundels vulden. De eerste bundel kreeg de naam ‘The Master’s Touch’ en bevatte een inleidend woord door F.B. Meyer. Het tweede deel kreeg de naam ‘The Master’s Treasures’ en had een inleiding van bisschop H.C.G. Moule. Van deze gedichten zei ze ooit: 'Ze werden eenvoudig kant en klaar aan mij gegeven, en alles wat ik nog hoefde te doen, was ze opschrijven.’ Ze zong en dichtte naargelang haar stemmingen, die opgewekt of ernstig waren, en vaak met zo weinig moeite en zo veel vreugde als de vogels zingen. Maar soms gingen er dagen, weken en zelfs maanden voorbij waarin ze geen inspiratie had en er geen ‘liederen uit haar hart gutsten’.

Hoe snel ze schreef, bleek uit het gedicht ‘Midnight and Morning’ (‘Middernacht en morgen’) ofwel ‘The Passing of Pastor C.H. Spurgeon’ (‘Het heengaan van ds. C.H. Spurgeon’). Toen Edith op 30 januari 1892 hoorde dat Spurgeon stervende was, heeft ze de verzen genaamd ‘Midnight’ geschreven. De volgende ochtend kondigden de kranten het nieuws aan van zijn dood. Voordat ze opstond, schreef ze de verzen genaamd ‘Morning’.

Edith, die op jonge leeftijd polio kreeg, werd niet oud, slechts 25 jaar. Ze werd begraven op Ford Park Cem­e­te­ry in Pymouth. In haar dagboek schreef ze: ‘Ik kan niet preken, maar ik kan wel Bijbelteksten schilderen, en dat zal meer werk voor de Heere  doen dan een preek, want Hij heeft gezegd: “Mijn Woord zal niet ledig tot Mij wederkeren.”’

Het lied ‘We trust on Thee, our Shield and our Defender’ werd uiteindelijk wereldberoemd. Het is ook gezongen door de vijf jonge zendelingen , (onder wie Jim Elliot, echtgenoot van Elisabeth Elliot), die het Evangelie wilden brengen onder de Auca-indianen (nu bekend als de Huaorani-indianen) in Ecuador, kort voordat ze vermoord werden op 8 januari 1956.

 

De wat vrije Nederlandse vertaling van drie coupletten luidt ‘Ik bouw op U’.

‘We rest on Thee’, our Shield and our Defender

‘We rest on Thee, and in Thy Name we go’ (2 Chr. 14:11)

1. ‘We rest on Thee’, our Shield and our Defender;

We go not forth alone against the foe;

Strong in Thy strength, safe in Thy keeping tender,

‘We rest on Thee, and in Thy Name we go.’

 

2. Yea, ‘in Thy Name’, O Captain of salvation!

In Thy dear Name, all other names above;

Jesus our Righteousness, our sure Foundation,

Our Prince of glory and our King of love.

 

3. ‘We go’ in faith, our own great weakness feeling,

And needing more each day Thy grace to know:

Yet from our hearts a song of triumph pealing:

We rest on Thee, and in Thy Name we go.

 

4. ‘We rest on Thee’, our Shield and our Defender:

Thine is the battle; Thine shall be the praise

When passing through the gates of pearly splendor,

Victors, we rest with Thee through endless days.

‘Wij rusten op U, en in Uw Naam gaan wij’ (2 Kron. 14:11, Eng. vert.)

 

1. ‘Wij rusten op U’, ons Schild en onze Verdediger!

Wij trekken niet alleen uit tegen de vijand;

Sterk in Uw sterkte, veilig in Uw tedere bewaring:

‘Wij rusten op U, en in Uw Naam gaan wij.’

 

2. Ja, ‘in Uw Naam’, o Gij overste Leidsman der zaligheid [Hebr. 2:10]!

In Uw lieve Naam, boven alle andere namen [Filipp. 2:9];

Jezus, onze Gerechtigheid, ons vaste Fundament [Jer. 23:6; 1 Kor. 3:11],

Onze Vorst der ere en onze Koning der liefde.

 

3. ‘Wij gaan’ in het geloof, terwijl we onze eigen grote zwakheid voelen,

En het nodig hebben elke dag meer Uw genade te kennen;

Toch weerklinkt vanuit onze harten een zegelied:

‘Wij rusten op U, en in Uw Naam gaan wij.’

 

4. ‘Wij rusten op U’, ons Schild en onze Verdediger!

Uwe is de krijg [1 Sam. 17:47]; Uwe zal de lof zijn

Wanneer wij, trekkend door de paarlen poorten,

Als overwinnaars rusten met U, eindeloze dagen door.

© 2016 by Ruth Pieterman (RuthInterpres)