Robert Murray M’Cheyne (1813-1843)

 

When this passing world is done

‘I am debtor’

1. When this passing world is done,

When has sunk yon radiant sun,

When I stand with Christ on high,

Looking o’er life’s history,

Then, Lord, shall I fully know—

Not till then—how much I owe.

 

2. When I hear the wicked call

On the rocks and hills to fall,

When I see them start and shrink

On the fiery deluge brink,

Then, Lord, shall I fully know—

Not till then—how much I owe.

 

3. When I stand before the throne,

Dressed in beauty not my own,

When I see Thee as Thou art,

Love Thee with unsinning heart,

Then Lord, shall I fully know—

Not till then—how much I owe.

 

4. When the praise of Heav’n I hear,

Loud as thunders to the ear,

Loud as many waters’ noise,

Sweet as harp’s melodious voice,

Then, Lord, shall I fully know—

Not till then—how much I owe.

 

5. Even on earth, as through a glass

Darkly, let Thy glory pass;

Make forgiveness feel so sweet,

Make Thy Spirit’s help so meet;

Even on earth, Lord, make me know

Something of how much I owe.

 

6. Chosen not for good in me,

Wakened up from wrath to flee,

Hidden in the Saviour’s side,

By the Spirit sanctified,

Teach me, Lord, on earth to show,

By my love, how much I owe.

 

7. Oft I walk beneath the cloud,

Dark, as midnight’s gloomy shroud;

But, when fear is at its height,

Jesus comes, and all is light;

Blessed Jesus! bid me show

Doubting saints how much I owe.

 

8. When in flowery paths I tread,

Oft by sin I’m captive led;

Oft I fall—but still arise—

The Spirit comes—the tempter flies;

Blessed Spirit! bid me show

Weary sinners all I owe.

 

9. Oft the nights of sorrow reign—

Weeping, sickness, sighing, pain;

But a night Thine anger burns—

Morning comes and joy returns;

God of comforts! bid me show

To Thy poor, how much I owe.

‘Ik ben schuldenaar’

 

1. Wanneer deze vergankelijke wereld voorbij is,

Wanneer gindse stralende zon weggezonken is,

Wanneer ik met Christus daarboven sta,

En mijn levensgeschiedenis overzie,

Dan, Heere, zal ik ten volle weten –

En niet eerder – hoeveel ik verschuldigd ben.

 

2. Wanneer ik de goddelozen hoor roepen

Tot de rotsen en heuvels om op hen te vallen,

Wanneer ik hen zie schrikken en ineenkrimpen

Aan de rand van de zondvloed van vuur,

Dan, Heere, zal ik ten volle weten –

En niet eerder – hoeveel ik verschuldigd ben.

 

3. Wanneer ik voor de troon sta,

Gekleed in een schoonheid niet van mijzelf,

Wanneer ik U zie zoals Gij zijt,

U liefheb met een hart dat niet meer zondigt,

Dan, Heere, zal ik ten volle weten –

En niet eerder – hoeveel ik verschuldigd ben.

 

4. Wanneer ik de lofprijzing van de hemel hoor,

Luid als donderslagen voor het oor,

Luid als de stem van vele wateren,

Zoet als de melodieuze klank van de harp,

Dan, Heere, zal ik ten volle weten –

En niet eerder – hoeveel ik verschuldigd ben.

 

5. Zelfs op aarde, als door een spiegel,

Duister, laat toch Uw heerlijkheid voorbijgaan; [Ex. 33:22]

Maak dat de vergeving zo zoet voelt,

Maak dat de hulp van Uw Geest zo gepast is;

Zelfs op aarde, Heere, maak dat ik weet

Iets van hoeveel ik verschuldigd ben.

 

6. Verkoren, niet om iets goeds in mij,

Wakker geschud om de toorn te ontvlieden,

Verborgen in de zijde van de Zaligmaker,

Door de Geest geheiligd,

Leer mij, Heere, op aarde te laten zien,

Door mijn liefde, hoeveel ik verschuldigd ben.

 

7. Vaak wandel ik onder een wolk,

Donker, als de sombere sluier van middernacht;

Maar wanneer mijn vrees op het hoogst is,

Komt Jezus, en alles is licht;

Gezegende Jezus! gebied mij te laten zien

Aan twijfelende heiligen, hoeveel ik verschuldigd ben.

 

8. Wanneer ik bloemrijke paden betreed,

Word ik vaak door de zonde gevangen geleid;

Vaak val ik – maar sta steeds weer op –

De Geest komt – de verzoeker vlucht;

Gezegende Geest! gebied mij te laten zien

Aan vermoeide zondaars, alles wat ik verschuldigd ben.

 

9. Vaak heersen de nachten van smart –

Geween, ziekte, zuchten, pijn;

Slechts één nacht brandt Uw toorn –

De morgen komt en de vreugde keert weer;

God van vertroostingen! gebied mij te laten zien

Aan Uw arme volk, hoeveel ik verschuldigd ben.

© 2016 by Ruth Pieterman (RuthInterpres)