Frank Houghton (1894-1972)

Frank Houghton werd in 1894 geboren te Stafford in Engeland, als zoon van ds. Thomas Houghton. Hij kwam uit een gezin van acht kinderen, van wie er vijf de zending ingingen. Op 13-jarige leeftijd begon hij gedichten te schrijven. In 1911 werd hij van de verdrinkingsdood gered. Dit had een negatieve impact op zijn lichamelijke gezondheid en zijn schoolopleiding. Daarom werd hij afgekeurd voor militaire dienst in de Eerste Wereldoorlog, waarin een broer van hem sneuvelde.

Van 1915 tot 1917 volgde Frank een theologische opleiding aan het London College of Divinity (nu St. John’s College, Nottingham). Nadat hij als Bachelor of Arts was afgestudeerd, werd hij in 1917 als diaken in de Anglicaanse kerk bevestigd, en het jaar daarop als priester. Van 1917 tot 1920 was hij achtereenvolgens curaat van St. Benedict’s in Liverpool en van All Saints’ in Preston. In laatstgenoemde standplaats las hij het Leven van Hudson Taylor, zendeling in China, twee keer door. Het maakte grote indruk op hem. Met het oog op aansluiting bij de China Inland Mission (CIM) raadpleegde hij zijn dokter, die het hem afraadde vanwege de zwakke toestand van zijn hart.

Op 29 april 1920 solliciteerde Frank bij de CIM. Een hartspecialist achtte hem wel geschikt voor zittend werk in China (al zou hij later lange rondreizen maken door de heuvels van Sichuan). Hij werd aangenomen en vertrok op 10 november 1920 per schip naar China. Nadat hij in 1921 Chinees had gestudeerd op de CIM-taalschool voor mannen in Zhenjiang, werd hij naar Suiding in Oost-Sichuan gestuurd, en voor korte tijd naar het nabijgelegen Wanxian. Daarna diende hij in Liangshan, waar hij op een zendingsschool lesgaf.

In 1923 trouwde Frank met Dorothy Cassels, die in 1896 geboren was als dochter van bisschop Cassels van West-China. Het echtpaar kreeg geen kinderen.

In 1924 werd Frank hoofd van de Theologische School in Baoning. Het jaar daarop brak op de school een tyfusepidemie uit, waar zijn schoonouders aan stierven.

Om medische redenen keerde het echtpaar Houghton in 1928 naar Engeland terug. Frank verwachtte er slechts korte tijd te blijven, maar tijdens zijn verlof werd hij benoemd tot Editorial Secretary voor CIM. Deze functie oefende hij zeven jaar uit. Een van zijn taken was het redigeren van China’s Millions. Ook diende hij als Examining Chaplain voor de bisschop van West-China (1928-1936).

In 1934 gingen Frank en Dorothy weer naar China. In 1935 werd hij benaderd met de vraag of hij bisschop van een nieuw te vormen bisdom in Oost-Sichuan zou willen worden. Hij stemde toe. Tussendoor verbleef het echtpaar nog een tijd in Engeland. Op 25 januari 1937 werd Frank in Nanchang tot bisschop gewijd. De dienst werd in het Chinees gehouden, en dat gold ook voor alle volgende synode- en bestuurlijke bijeenkomsten. Hij bleef bisschop tot 1940 en bezocht in die drie jaar 17 districten van zijn bisdom. Daarvoor legde hij zo’n 2.000 km. in jonken (Chinese zeilscheepjes), op draagstoelen en te voet af.

In 1940 werd Frank benoemd tot General Director van de CIM. Dit bleef hij tot 1951. Het waren erg moeilijke jaren. De meeste CIM-zendelingen werden óf begraven óf geëvacueerd, en tegen 1953 waren er geen buitenlandse zendelingen in China meer over. Wat Hudson Taylor bijna 100 jaar eerder begonnen was, zou nu ter voortzetting worden overgelaten aan de Chinese christenen zelf.

Tijdens het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog was het echtpaar Houghton voor zendingszaken in Noord-Amerika. In 1942 staken ze de oceaan over en sprak Frank op de CIM-jaarvergadering in Londen. In weerwil van stormen en onderzeeërs gingen ze naar Zuid-Afrika, waar hij een bestuursorgaan voor CIM oprichtte. Ze reisden per schip naar Ceylon en India en vervolgens per vliegtuig naar Chongqing in China. Na de oorlog keerden ze met het zendingsteam terug naar Shanghai. Ook maakte Frank nog reizen naar Duitsland en Scandinavië.

Sinds 1927 was er een burgeroorlog aan de gang tussen de nationalisten (Kwomintang) en de communisten. In 1937 werd een wapenstilstand gesloten, die tot 1945 duurde. De burgeroorlog eindigde met de machtsovername van Mao Zedong in 1949. Mao moest niets van buitenlandse zendelingen hebben en zo bracht hun aanwezigheid ook de Chinese christenen in gevaar. Omdat Frank door alle spanningen aan slapeloosheid leed, gingen hij en z’n vrouw naar Australië om te herstellen. Met het oog op de crisis in China belegde hij daar een conferentie van CIM-bestuursleden. Besloten werd dat alle zendelingen nu plannen moesten maken om het land te verlaten en dat ze in andere Oost-Aziatische landen herplaatst zouden worden. Dit had tot gevolg dat de zendingsorganisatie haar naam veranderde in Overseas Missionary Fellowship (OMF), terwijl haar principes en boodschap onveranderd bleven.

In november 1951 werd door het CIM-bestuur besloten dat Frank geen General Director zou blijven, maar dat men op zoek zou gaan naar een jonger iemand. Hij mocht wel blijven als Consulting Director. Dit was een schok voor hem.

Frank en Dorothy gingen nu rustiger jaren tegemoet. Van 1953 tot 1960 was Frank vicar van St Mark’s te Leamington Spa en van 1960 tot 1963 rector van St. Peter’s te Drayton. In 1963 ging hij met pensioen en kwam het echtpaar in Parkstone wonen.

Eind 1971 verhuisden ze naar het OMF-huis voor gepensioneerden te Pembury in Kent. Daar overleed Frank in 1972 op 77-jarige leeftijd. Zijn vrouw Dorothy overleed in 1986.

 

Het lied

Toen Frank Editorial Secretary van CIM was, maakten hij en zijn vrouw in 1934 een reis naar China om de voortgang van het werk uit de eerste hand te zien. Het was een bijzonder moeilijke tijd voor de zending in China. Zendelingen werden door het communistische Rode Leger gevangengenomen en na ruim een jaar van lijden in slechte gezondheid weer losgelaten. Anderen werden opgepakt en er werd nooit meer iets van hen vernomen. De jonge zendelingen John en Betty Stam (lees hun levensverhaal hier) werden eind 1934 in Jingde gevangengenomen en in Miaoshou onthoofd. De droeve nieuwsberichten hadden het hoofdkantoor van de zending in Shanghai bereikt. Ondanks alle gevaren voor zowel de Chinese christenen als de buitenlandse zendelingen besloot Frank dat hij een rondreis door het land moest maken om diverse zendingsbuitenposten te bezoeken. Terwijl hij over de heuvels van Sichuan trok, kwamen de krachtige en troostrijke woorden van 2 Korinthe 8:9 hem te binnen: ‘Hij is om uwentwil arm geworden, daar Hij rijk was.’ Zo dichtte hij het lied ‘Thou who wast rich beyond all splendour’.

 

Voor meer informatie: Faith Triumphant: An Anthology of Verse by Frank Houghton (OMF Books, 1973).

Thou who wast rich beyond all splendour

1. Thou who wast rich beyond all splendour,
All for love’s sake becamest poor;
Thrones for a manger didst surrender,
Sapphire-paved courts for stable floor.
Thou who wast rich beyond all splendour,
All for love’s sake becamest poor.

2. Thou who art God beyond all praising,
All for love’s sake becamest Man;
Stooping so low, but sinners raising
Heavenward by Thine eternal plan.
Thou who art God beyond all praising,
All for love’s sake becamest Man.

3. Thou who art love beyond all telling,
Saviour and King, we worship Thee.
Immanuel, within us dwelling,
Make us what Thou wouldst have us be.
Thou who art love beyond all telling
Saviour and King, we worship Thee.

1. Gij Die rijk waart boven alle pracht,

Werdt alleen uit liefde arm;

Tronen gaaft Gij op voor een kribbe,

Met saffier geplaveide hoven voor een stalvloer.

Gij Die rijk waart boven alle pracht,

Werdt alleen uit liefde arm.

2. Gij Die God zijt boven alle lofprijzing,

Werdt alleen uit liefde Mens;

Zo laag neerbukkend, maar zondaars opheffend

Hemelwaarts door Uw eeuwige plan.

Gij Die God zijt boven alle lofprijzing,

Werdt alleen uit liefde Mens.

3. Gij Die liefde zijt boven alle verwoording,

Zaligmaker en Koning, wij aanbidden U.

Immanuël, in ons wonend,

Maak ons wat Gij wilt dat wij zijn.

Gij Die liefde zijt boven alle verwoording,

Zaligmaker en Koning, wij aanbidden U.